Peak Gold dreigt voor de goudmarkt

Een van de redenen waarom de goudprijs nog niet zo hard stijgt is dat er ieder jaar nog genoeg van het edelmetaal wordt gedolven om aan de vraag te voldoen. Alle goudmijnen in de wereld brengen jaarlijks ongeveer 3.000 ton aan goud op de markt, dat zijn weg vindt naar centrale banken en dat gebruikt wordt voor de productie van sieraden, goudbaren en gouden munten.

Door de aanhoudende stroom van ‘nieuw’ goud blijft de bovengrondse goudvoorraad toenemen. Vooral de laatste honderd jaar is er door verbeterde mijnbouwtechnieken heel veel edelmetaal opgegraven. Volgens schattingen is er vandaag de dag wereldwijd ongeveer 180.000 ton aan bovengrondse goudvoorraden, tegenover slechts 60.000 ton aan het einde van de Tweede Wereldoorlog.

Explosieve stijging goudproductie

De productie van goud kwam in een stroomversnelling na het loslaten van de goudstandaard in 1971, omdat de marktprijs van het edelmetaal vanaf dat moment steeds hoger werd en het voor investeerders dus ook interessanter werd om op grote schaal goud te delven.

De productie nam snel toe, omdat er op verschillende plaatsen in de wereld grote goudreserves zaten die vrij gemakkelijk opgegraven konden worden. Een voorbeeld daarvan is Zuid-Afrika, waar in de jaren zeventig meer dan 1.000 ton per jaar werd opgegraven. Er kwam in die tijd zoveel nieuw goud bij dat men besloot een nieuwe beleggingsmunt in omloop te brengen, de gouden Krugerrand. Dat voorbeeld werd gevolgd door andere goud producerende landen als Australië en de Verenigde Staten, want ook die brachten later hun eigen gouden beleggingsmunten op de markt.

Peak Gold

Ondanks de explosieve stijging van de bovengrondse goudvoorraad van de afgelopen honderd jaar is de goudprijs niet gedaald, maar juist gestegen. Door de inflatie betaal je vandaag de dag meer dan $1.300 voor een troy ounce, terwijl de prijs honderd jaar geleden op iets meer dan $20 per troy ounce lag.

Er is dus nog steeds veel vraag naar het edelmetaal, maar de vraag is of goudmijnen in de toekomst nog wel aan deze vraag kunnen voldoen. Volgens schattingen van BMO Capital Markets zal de totale wereldwijde goudmijnproductie rond 2019 een piek bereiken. Daarna voorziet men een daling van de productie, om de simpele reden dat er steeds minder nieuwe ontdekkingen gedaan worden.

De tweede grafiek laat zien dat het aantal nieuwe ontdekkingen de laatste tien jaar drastisch is afgenomen. Werden er in 2006 door de sector nog meer dan 100 miljoen troy ounce aan nieuwe reserves in kaart gebracht, de laatste jaren is dat teruggelopen tot minder dan 20 miljoen.

Goudproductie zal vanaf 2019 dalen (Bron: Bloomberg)

Er worden steeds minder ontdekkingen gedaan (Bron: Bloomberg)

Lagere productie betekent hogere prijs?

De daling van de goudmijnproductie van de laatste jaren is voor een belangrijk deel toe te schrijven aan de stijgende exploratiekosten. Al het makkelijk winbare goud lijkt al te zijn gevonden, wat betekent dat er steeds dieper gegraven moet worden en dat men genoegen moet nemen met een steeds lagere kwaliteit gouderts.

Een dalende productie betekent dat er minder nieuw goud beschikbaar komt voor juweliers, goudhandelaren en centrale banken. Blijft de vraag naar het edelmetaal constant, dan kan de toenemende schaarste een prijsopdrijvend effect hebben. Dit is op de lange termijn positief voor goud.

Deze bijdrage van Geotrendlines verscheen eerder bij Zilvergoudwinkel

Deel dit artikel: