Weekly #97: Oliemarkt loopt vast: waarom logistiek nu belangrijker is dan productie
Wat zijn de gevolgen voor Europa en het Midden-Oosten?
Een van de meest onderschatte risico’s in politiek en economie is niet zozeer een gebrek aan kennis, maar een teveel aan overtuiging. Wanneer mensen te zeker worden van hun eigen gelijk, ontstaat ideologische verblinding. Dat leidt vaak tot overschatting van het eigen kunnen en tot verkeerde beleidskeuzes die achteraf moeilijk te herstellen zijn.
De Franse diplomaat Talleyrand - we schreven vorige week al over hem - begreep dit mechanisme als geen ander. Zijn carrière – die de Franse Revolutie, het bewind van Napoleon Bonaparte en de restauratie van de monarchie overleefde – was gebaseerd op één centrale les: ideologie is een slechte raadgever wanneer zij losraakt van realiteit en balans. Volgens Talleyrand moesten staten niet worden geleid door dogma’s, maar door pragmatisme, evenwicht en een nuchtere inschatting van hun eigen beperkingen.
Dat inzicht klinkt vandaag verrassend actueel. In het energiebeleid werd kernenergie jarenlang afgewezen vanuit principiële overtuiging. Nu de economische realiteit zich aandient wordt het ineens herontdekt als noodzakelijke pijler van een duurzaam energiesysteem. En de ideologisch gedreven sancties om Russische energiebronnen te weren lopen nu vast op de realiteit van energie-afhankelijkheid. Wanneer haalt de werkelijkheid deze ideologische verblinding in?
Ook in de geopolitiek zien we hoe gevaarlijk overschatting van controle kan zijn. In het Westen wordt macht vanuit de koloniale tijd gezien in termen van dominantie. Maar de spanningen rond de Straat van Hormuz laten zien hoe kwetsbaar dat idee is. Trump dacht de regio naar zijn hand te kunnen zetten, maar ondertussen wordt er grote schade aangericht aan olie en infrastructuur. De mondiale economie blijkt afhankelijk van een fragiel netwerk van zeeroutes, tankers, havens en verzekeringen.
Een oud cultureel symbool helpt ons om dit beter te begrijpen. In het Westen staat de draak meestal voor een monster dat moet worden verslagen. In China daarentegen symboliseert de draak harmonie en kosmische balans: kracht die alleen effectief is wanneer zij in evenwicht is met haar omgeving. Wie probeert dat systeem volledig te domineren, verstoort juist het evenwicht.
Het idee van balans vormt de rode draad van deze weekupdate. In de geopolitiek, in het energiebeleid en zelfs in de voedselketen zien we hoe kwetsbaar het mondiale systeem wordt wanneer dat evenwicht verdwijnt. Spanningen rond de Perzische Golf kunnen via energieprijzen, kunstmest en transportkosten uiteindelijk doorwerken tot in de voedselprijzen wereldwijd.
Zoals Talleyrand al begreep: stabiliteit ontstaat zelden door absolute overtuiging, maar bijna altijd door zoeken naar evenwicht. Wanneer wereldmachten hun eigen gelijk overschatten en de grenzen van hun macht vergeten, ontstaat precies het soort instabiliteit dat men dacht te kunnen voorkomen.
In deze Weekly komen de volgende onderwerpen aan bod:
Geopolitiek
Oliemarkt loopt vast: waarom logistiek nu belangrijker is dan productie
De grootste kwetsbaarheid van de Golfregio: voedselimport en drinkwater
Geld & Economie
Hoge olieprijs zal ook voedselprijzen opdrijven
Fossiele subsidies? Het is precies andersom!
Maatschappij & Cultuur
De Chinese draak onthult een diepe kloof in ons cultureel begrip
De lessen van Talleyrand: Diplomatie in tijden van Soevereiniteit versus Globalisering
Video’s
Von der Leyen: ‘Afbouw kernenergie was een vergissing’
Von der Leyen: ‘Terug naar Russische energie is strategische blunder’’
Yamani over olie als politiek drukmiddel (1973)
Grafieken
Welke beleggingen doen het goed bij stagflatie?
Wie wordt geraakt door deze oliecrisis?
Is de bodem voor Bitcoin in zicht?
Abonneren?
Wil je ook voorsprong door kennis? Vul dan hieronder je e-mailadres in en klik op de gele ‘Subscribe’ knop om te abonneren. Toegang tot de Geotrendlines Weekly kost €9,95 per maand of €99,95 per jaar.
Ben je al abonnee van Geotrendlines Premium, dan kun je de volledige update lezen door op ‘Sign in’ te klikken en vervolgens het e-mailadres in te vullen waarmee je een account hebt op Geotrendlines Premium.
Heb je als abonnee van Geotrendlines Premium toch problemen met het inloggen op deze site? Stuur dan een e-mail naar info@geotrendlines.com.
Geen tijd om te lezen?
Heb je niet iedere week tijd om deze weekupdate te lezen? Geen probleem, want in de app van Substack (Apple/Google) zit ook een voorleesfunctie die best goed werkt. Zo luister je onze weekupdate als een podcast. Bijvoorbeeld tijdens het reizen, het koken of andere bezigheden. Open de weekupdate in de Substack app en klik op het kleine afspeelicoontje rechtsboven.
Boon & Knopers: Vermogensregie voor de wereld van morgen
De wereld om ons heen verandert razendsnel. Geopolitiek verschuift de macht naar het oosten, terwijl het Westen blijft hangen in de wereld van gisteren. Dit verklaart de populariteit van goud en Bitcoin, die het ene na het andere record breken. Toch laten de meeste vermogensbeheerders en financieel planners deze alternatieven links liggen. Een gemiste kans.
Boon & Knopers Advisory helpt vermogende particulieren en ondernemers in een tijd van grote veranderingen. Met onze kennis van geopolitiek, economie en maatschappij helpen we jou een vermogensplan te maken dat werkt. De afgelopen vijf jaar heeft onze strategie de markt ruim weten te verslaan.
Heb je meer dan €1 miljoen aan vermogen en wil je sparren over een beleggingsstrategie die je voorbereid op de wereld van morgen? Zie je kansen die je financieel adviseur of vermogensbeheerder links laat liggen? Neem dan contact met ons op.
Geopolitiek
Oliemarkt loopt vast: waarom logistiek nu belangrijker is dan productie
In een recente analyse wijst Cyril Widdershoven, geopolitiek strateeg gespecialiseerd in energie, op een vaak onderschat aspect van de oliemarkt: niet alleen productiecapaciteit bepaalt hoeveel olie de wereldmarkt bereikt, maar ook logistiek. De huidige crisis rond Iran en de Straat van Hormuz laat volgens hem zien dat juist daar de echte kwetsbaarheid van het systeem ligt. Zo heeft een land als Saoedi-Arabië wel de capaciteit om extra olie op te pompen, maar is het zonder een vrije doorgang door de Perzische Golf en de straat van Hormuz niet mogelijk om die extra olie op de juiste bestemming te krijgen.
Productie is niet het probleem, export wel
Decennialang gingen beleidsmakers, handelaren en energie-analisten ervan uit dat Saoedi-Arabië in tijden van crises altijd de rol van stabilisator kon spelen. Het land beschikt immers over een reservecapaciteit van naar schatting 2 tot 3 miljoen vaten olie per dag. Wanneer conflicten elders de olieaanvoer verstoren, zou Riyad simpelweg de kraan verder open kunnen draaien en zo de markt kalmeren.
Volgens Widdershoven berust die aanname echter op een fundamenteel misverstand. Extra productie is alleen relevant wanneer de olie ook daadwerkelijk geëxporteerd kan worden. In een normale situatie is dat geen probleem, maar in tijden van geopolitieke escalatie kan de logistiek plotseling de beperkende factor worden. De huidige spanningen rond de Straat van Hormuz maken dat duidelijk. Door deze zeestraat, tussen Iran en Oman, stroomt normaal gesproken ongeveer 20 procent van de wereldwijde olieconsumptie. Alleen al Saoedi-Arabië exporteert er dagelijks 6 tot 6,5 miljoen vaten olie doorheen, voornamelijk richting Azië.
Door de escalatie tussen Iran, de Verenigde Staten en Israël is de regio echter uitgegroeid tot een hoog-risicogebied. Zes schepen zijn al aangevallen door Iran en twee Irakese olietankers werden reeds zinken gebracht. Verzekeraars hebben de dekking ingetrokken, waardoor het risico voor rederijen te groot is geworden. Waar normaal meer dan honderd schepen per dag door de zeestraat varen, is het verkeer vrijwel stilgevallen. Honderden tankers liggen nu voor anker in de Perzische Golf of in de Golf van Oman in afwachting van duidelijkheid. Zo lang die schepen daar vast zitten is er minder capaciteit om olie wereldwijd naar de juiste plek te vervoeren.
East-West pijpleiding
Voor Saoedi-Arabië vormt dat een directe bedreiging voor zijn rol als grootste olie-exporteur ter wereld. In theorie beschikt het land over een alternatieve route: de East-West pijpleiding, ook wel Petroline genoemd. Deze pijpleiding transporteert olie van de velden in het oosten van het land naar de Rode Zee, waar deze kan worden geladen in de haven van Yanbu.
Op papier lijkt deze infrastructuur ruim voldoende capaciteit te hebben. Sommige schattingen gaan uit van 5 miljoen vaten per dag, andere zelfs van 7 miljoen. Daardoor namen veel analisten aan dat Saoedi-Arabië eenvoudig een groot deel van zijn export van de Perzische Golf naar de Rode Zee kan verleggen. Volgens de Saoedische staatsoliemaatschappij Aramco zal deze pijpleiding binnen enkele dagen haar maximale capaciteit bereiken.

Volgens Widdershoven zit de echte beperking echter niet in de pijpleiding, maar in de exporthavens en de tankerlogistiek. De terminals in de oliehaven van Yanbu kunnen waarschijnlijk slechts 4 tot 5 miljoen vaten per dag verwerken, en dat alleen onder optimale omstandigheden. Bovendien moeten er voldoende tankers beschikbaar zijn om de olie ook daadwerkelijk op te halen op die locatie, wat ook allesbehalve zeker is in een ontregelde markt.
De eerste signalen van deze beperking zijn al zichtbaar. Saoedi-Arabië heeft zijn export via de Rode Zee in korte tijd verhoogd tot ongeveer 2,5 miljoen vaten per dag, een sterke stijging ten opzichte van het normale niveau van minder dan één miljoen. Het systeem werkt dus, maar de ruimte om verder op te schalen wordt volgens Widdershoven overschat.

Strategische olievoorraden
De verstoringen rond Hormuz hebben inmiddels geleid tot een van de grootste noodmaatregelen in de geschiedenis van de oliemarkt. Het Internationaal Energieagentschap (IEA) kondigde deze week samen met de G7-landen aan dat er 400 miljoen vaten olie uit strategische voorraden worden vrijgegeven. Het was met afstand de grootste ingreep uit de geschiedenis van het agentschap, dat na de oliecrisis van 1973 werd opgericht. De Verenigde Staten nemen het grootste deel van de vrijgave voor hun rekening met 172 miljoen vaten, maar ook Japan en tal van Europese landen brengen reserves op de markt. Voor Nederland gaat het om 5 miljoen vaten.
Het doel van deze maatregel is de markt te kalmeren en een plotselinge verstoring van de mondiale olieaanvoer op te vangen. Toch reageerden de markten nauwelijks, wat de theorie van Widdershoven onderstreept dat logistiek momenteel een groter probleem is dan aanbod van olie. Analisten wijzen erop dat de vrijgegeven reserves slechts ongeveer twintig dagen van de verloren aanvoer via Hormuz compenseren.
Paniekvoetbal of een groter plan?
Tegen deze achtergrond nam de regering van Donald Trump nog een tweede, opvallende maatregel. De Verenigde Staten versoepelen tijdelijk de sancties voor Russische olie die momenteel al in tankers op zee aanwezig is, zodat deze alsnog aan alle landen verkocht en gelost mag worden.
Politiek is dit een controversiële stap, omdat de sancties juist bedoeld waren om de inkomsten van Rusland te beperken en de regering Trump vorig jaar nog een verbod op import van Russische olie afkondigde. Volgens het Amerikaanse ministerie van Financiën gaat het om een tijdelijke en beperkte maatregel die alleen geldt voor olie op 12 maart al op een schip geladen was.
Economisch is de logica achter deze beslissing duidelijk. Door deze ladingen vrij te geven komt niet alleen extra olie beschikbaar voor de markt, maar komen ook de tankers vrij die deze olie vervoeren. Zodra de lading is gelost kunnen deze schepen opnieuw worden ingezet om olie te vervoeren.
Geopolitiek gezien roept deze noodmaatregel echter vragen op. Is deze plotselinge draai ten aanzien van Rusland puur opportunisme, of zit er een strategie achter? De gestegen prijzen van olie en gas spelen Rusland in de kaart en voorzien het land van $150 miljoen aan extra inkomsten per dag. Door nu ook de sancties tegen de schaduwvloot op te heffen kan Rusland deze olie voor de volle prijs verkopen, in plaats van tegen een fikse korting.
Kijken we naar de langere termijn, dan profiteren zowel de Verenigde Staten als Rusland als netto exporteur van hogere energieprijzen. De grootste verliezers zijn China en Europa, die beide zeer afhankelijk zijn van import. Door de olieprijs te verhogen wordt ook de druk op Europa groter om het importverbod op olie en gas uit Rusland te herzien.
Conclusie
De huidige crisis maakt duidelijk dat de stabiliteit van de oliemarkt niet alleen afhangt van hoeveel olie landen kunnen produceren, maar ook van de infrastructuur die nodig is om die olie te vervoeren: pijpleidingen, havens, tankers, verzekeringen en zeestraten. En dat die op korte termijn niet toereikend is om de blokkade in de Straat van Hormuz op te vangen.
Zelfs een enorme vrijgave van strategische olievoorraden kan de markt maar gedeeltelijk stabiliseren zolang het transport zelf onder druk staat. De recente maatregelen van Washington laten zien dat beleidsmakers dat inmiddels beginnen te erkennen: niet alleen de aanvoer van olie, maar ook de beschikbaarheid van schepen en logistieke routes bepaalt uiteindelijk hoeveel energie de wereldmarkt daadwerkelijk bereikt.
Lees ook:
Iran en de geopolitieke breuklijn in de energiemarkt (6 maart 2026)
De grootste kwetsbaarheid van de Golfregio: voedselimport en drinkwater
Terwijl de wereld zich zorgen maakt over de olieprijzen, kijken landen in de Golfregio zelf naar twee andere kwetsbaarheden: voedsel en water. Het conflict in de regio maakt duidelijk hoe afhankelijk veel Golfstaten zijn van internationale handelsroutes en kwetsbare infrastructuur.
Landen rond de Perzische Golf beschikken over weinig landbouwgrond en zoetwaterbronnen en zijn daarom voor het grootste deel van de voedselvoorziening afhankelijk van import. Producten zoals rijst, graan, suiker en plantaardige oliën worden grotendeels per schip aangevoerd via internationale handelsroutes, waaronder de Straat van Hormuz.
Die afhankelijkheid maakt de regio gevoelig voor verstoringen in de scheepvaart. Zelfs wanneer er geen fysieke tekorten aan levensmiddelen zijn, kunnen hogere transportkosten en onzekerheid in de logistieke keten snel leiden tot prijsstijgingen en mogelijk zelfs lege schappen in de winkels.
Deze oliestaten hebben er dus alle belang bij om de schappen gevuld te houden en onwenselijke signalen uit de markt tegen te houden. Zo hebben de autoriteiten in de Verenigde Arabische Emiraten al tientallen handelaren en supermarkten beboet voor het onterecht verhogen van prijzen van basisproducten zoals rijst, suiker en kookolie. De overheid benadrukt dat de voedselvoorziening veilig is en dat strategische reserves voldoende zijn, maar wil voorkomen dat bedrijven de geopolitieke spanningen aangrijpen om prijzen kunstmatig te verhogen.
Drinkwater
Minstens zo belangrijk is de drinkwatervoorziening in de regio. De meeste Golfstaten beschikken nauwelijks over natuurlijke zoetwaterbronnen en zijn daarom sterk afhankelijk van ontziltingsinstallaties die zeewater omzetten in drinkwater. In landen als Koeweit en Bahrein komt een groot deel van het drinkwater uit deze ontziltingsinstallaties. Grote steden als Dubai, Doha en Abu Dhabi zijn vrijwel volledig afhankelijk van deze installaties.
Ontziltingsinstallaties hebben de spectaculaire groei van de regio mogelijk gemaakt, maar die vormen tegelijk een strategische zwakke plek. Het zijn grote complexen die door hun energieverbruik vaak vlak bij energiecentrales en havens liggen. Daardoor kunnen ze direct of indirect geraakt worden bij aanvallen op andere infrastructuur.

Veel Golfstaten hebben slechts voor enkele weken waterreserves wanneer ontziltingsinstallaties uitvallen. In dat scenario zouden overheden snel maatregelen moeten nemen, zoals rantsoenering van watergebruik of het tijdelijk stilleggen van water-intensieve economische activiteiten.
‘Saltwater kingdoms’
Sommige onderzoekers omschrijven de Golfstaten daarom als ‘saltwater kingdoms’: landen die hun drinkwater grotendeels kunstmatig uit zee produceren. Het is een indrukwekkende technologische prestatie, maar in tijden van conflict ook een potentiële kwetsbaarheid.
Het conflict in het Midden-Oosten laat daarmee zien dat het grootste risico voor de regio zelf niet ligt bij olie of gas. Voedselimport en drinkwater heeft voor die landen misschien wel de hoogste prioriteit. Het laat ook zien dat deze regio misschien aantrekkelijk is voor westerse investeringen, belastingontwijking en expats, maar dat bij strijd de aantrekkelijkheid als snel tot het nulpunt kan dalen.
Geld & Economie
Hoge olieprijs zal ook voedselprijzen opdrijven
Wanneer spanningen oplopen in het Midden-Oosten kijken financiële markten meestal eerst naar de olieprijs. En dat is logisch, want die impact is het meest zichtbaar en direct merkbaar. Toch kan de economische impact veel breder zijn. De verstoringen in de regio raken namelijk ook een cruciale schakel in de wereldwijde voedselketen: de handel in kunstmest.
Het wordt eentonig, maar ook hier is een belangrijk knelpunt de Straat van Hormuz, waar dus een groot deel van de wereldhandel in olie en gas doorheen loopt. Minder bekend is dat deze route ook essentieel is voor de wereldwijde handel in landbouwgrondstoffen. Volgens analisten passeert ongeveer 43 procent van de mondiale ureumhandel via deze corridor. Ureum is de meest gebruikte stikstofmeststof ter wereld en vormt een fundamenteel onderdeel van de moderne landbouw.
De productie van ureum is nauw verbonden met de energiemarkt. Via het Haber-Boschproces wordt aardgas omgezet in ammoniak en vervolgens in kunstmest. En dat gebeurt dus vooral op plaatsen waar aardgas goedkoop en overvloedig aanwezig is. Wanneer energieprijzen stijgen of de logistiek in de Golfregio wordt verstoord, vertaalt zich dat vrijwel direct in hogere kunstmestprijzen. En dat heeft weer gevolgen voor de voedselproductie wereldwijd.

De timing van de huidige verstoringen is bovendien extra vervelend. In het noordelijk halfrond bevindt de landbouw zich aan het begin van het voorjaarplantseizoen, het moment waarop boeren de gewassen aanplanten. Wanneer kunstmest op dat moment duur of niet voldoende beschikbaar is, kunnen boeren besluiten minder te gebruiken. Dat leidt tot lagere opbrengsten en daarmee hogere voedselprijzen.
Hogere voedselprijzen
Analisten van het International Food Policy Research Institute waarschuwen daarom dat geopolitieke spanningen in de Golfregio via meerdere kanalen kunnen doorwerken in de wereldeconomie. Niet alleen stijgen de kosten van kunstmest, ook energie, transport en voedselverwerking worden duurder. Het resultaat is een klassiek inflatiemechanisme: hogere energiekosten voor landbouw en industrie vertalen zich uiteindelijk in duurdere producten in de supermarkt.
Na de energie- en voedselcrisis van 2022 leek de wereldwijde inflatiedruk langzaam af te nemen. De huidige spanningen in het Midden-Oosten laten echter zien hoe kwetsbaar de mondiale voedselketen blijft. Een conflict dat begint in de energiemarkt kan via kunstmest en landbouwkosten uiteindelijk opnieuw doorwerken in de prijs van voedsel wereldwijd.
Grondstoffenprijzen stijgen
Over de hele linie zien we al stijgende grondstoffenprijzen. In minder dan twee weken tijd is de prijs van aluminium bijvoorbeeld met 20 procent gestegen, terwijl de prijs van kerosine bijna verdubbelde door het wegvallen van aanbod uit een grote raffinaderij in de regio. Vloeibaar gas werd eveneens twee keer zo duur. Ook nafta, een belangrijke grondstof voor de productie van bijvoorbeeld kunststoffen, werd ongeveer een kwart duurder.
Bovenop de prijsstijging van energie komen ook hogere prijzen voor het huren van schepen. Het tarief voor de grootste olietankers is verdubbeld, terwijl schepen die vloeibaar gas kunnen vervoeren vijf keer zo duur zijn geworden om te huren.

Hoe nu verder?
Dit alles heeft indirect natuurlijk gevolgen voor de prijzen van heel veel goederen, maar vooral de impact op levensmiddelen zal gevoeld gaan worden. Niet alleen in het rijke Westen, maar misschien nog wel meer in de armere landen waar mensen minder te besteden hebben. Ook landen die erg afhankelijk zijn van import van levensmiddelen zijn kwetsbaar.
De inflatie wordt verder aangewakkerd door beleggers die op deze trend springen en grondstoffen kopen om op een verdere stijging te speculeren. Onderstaande grafiek laat zien dat in navolging op de goudprijs ook de koperprijs omhoog is geschoten en dat meer recent ook de energieaandelen de weg omhoog hebben gevonden. De volgende fase is dat de inflatie zich nestelt in de prijzen van levensmiddelen, en die zal de waarschijnlijk een nog grotere impact hebben op de wereldeconomie.

Lees ook:
‘Vermijd obligaties, koop goud en waardeaandelen’ (19 september 2025)
Fossiele subsidies? Het is precies andersom!
Een recente boodschap van Jesse Klaver op X past in een bekend patroon. In het bericht stelt hij dat energiebedrijven zoals Shell “grof geld verdienen” aan de stijgende brandstofprijzen, terwijl burgers de rekening betalen. Het frame is duidelijk: oliebedrijven krijgen de schuld van de hoge prijzen aan de pomp.
Wie echter naar de prijsopbouw van brandstoffen kijkt, ziet een heel ander beeld. In Nederland bestaat een groot deel van de pompprijs uit belastingen. Op elke liter benzine en diesel heft de staat accijns en vervolgens ook nog btw over het totaalbedrag, inclusief die accijns. De opbrengst hiervan is aanzienlijk: alleen al de accijns op benzine en overige minerale oliën leverde de Nederlandse schatkist in 2022 ongeveer 6,8 miljard euro op (tegen 8,5 miljard euro in 2019). Dat bedrag staat los van de extra btw-inkomsten die automatisch meestijgen wanneer de brandstofprijs stijgt. Met andere woorden: wanneer benzine duurder wordt, profiteert de overheid financieel direct mee. De staat verdient dus veel meer aan een liter brandstof dan de olieproducent.

Fossiele subsidies?
Dit plaatst de politieke discussie over ‘fossiele subsidies’ in een ander perspectief. In het publieke debat wordt vaak gesteld dat de overheid fossiele brandstoffen subsidieert, bijvoorbeeld via belastingvrijstellingen voor de luchtvaart of de scheepvaart. De overheid zelf gebruikt die term ook voor bepaalde fiscale regelingen. Maar wanneer men naar het totaalplaatje van belastingen en heffingen kijkt, ontstaat een andere realiteit: de staat haalt jaarlijks miljarden euro’s aan inkomsten uit belasting op brandstof en aardgas.

Het dominante narratief is dat de overheid fossiele brandstoffen subsidieert. Maar als men de totale belastingdruk op energie meeneemt, dan is het precies omgekeerd: niet de overheid subsidieert fossiele brandstoffen, maar fossiele brandstoffen subsidiëren de overheid.
Zolang een aanzienlijk deel van de pompprijs uit belastingen bestaat, is de overheid zelf een van de grootste financiële belanghebbenden bij hoge brandstofprijzen. Met een beschuldigende vinger richting oliebedrijven wijzen is dus alleen onjuist, maar ook onredelijk en contraproductief.
Lees ook:
Energietransities vanuit historisch perspectief (24 februari 2025)
Olie en gas: de vergeten winnaars van het ESG-tijdperk (3 oktober 2025)
Maatschappij & Cultuur
De Chinese draak onthult een diepe kloof in ons cultureel begrip
In de westerse verbeelding is de draak een monster: vuurspuwend, schatbewakend, kwaadaardig. Denk aan Sint-Joris die de draak verslaat, Beowulf die het beest doodt, of Smaug in The Hobbit – altijd een symbool van chaos, hebzucht en vernietiging dat door heldenmoed overwonnen moet worden. Deze draak ademt vuur, heeft vleugels, klauwen en een reptielachtige agressie; hij vertegenwoordigt het kwaad dat getemd of vernietigd moet worden. Dit beeld domineert westerse films, games en sprookjes, en het kleurt hoe wij “draken” overal interpreteren.
Maar de Chinese draak is het tegenovergestelde. Geen monster, maar een goddelijk wezen van harmonie, voorspoed en kosmische balans. Hij is een samengesteld meesterwerk: gewei van een hert (elegantie en vernieuwing), kop van een kameel (uithoudingsvermogen), ogen van een haas (scherp zicht), nek van een slang (soepelheid), schubben van een karper (transformatie en waterkracht), klauwen van een adelaar (precisie en hemelse macht), poten van een tijger (brute moed), oren van een os (stabiliteit) en soms manen van een leeuw (koninklijke majesteit). De draak bundelt de beste eigenschappen van de natuur tot een ideaal wezen. Hij beheerst regen en rivieren, brengt vruchtbaarheid en overvloed, en verschijnt alleen als de tijd rijp is – bescheiden, veranderlijk, in harmonie met de Dao.
In de Chinese cultuur bestaat er een duidelijke scheiding – en tegelijkertijd een dynamische complementariteit – tussen Daoïsme (Taoïsme) en Confucianisme, twee van de belangrijkste filosofische stromingen. Beide interpreteren het drakensymbool op eigen wijze, wat de rijkdom van de Chinese symboliek nog verder illustreert. Het Confucianisme (gebaseerd op de leer van Confucius, Mencius en latere denkers) benadrukt sociale orde, hiërarchie en morele zelfcultivering. De draak symboliseert hier de deugdzame heerser of de “zoon des hemels” (de keizer). Hij regeert met autoriteit, maar alleen door rituelen te volgen, welwillendheid te tonen en het collectieve welzijn voorop te stellen. Bescheidenheid is essentieel: arrogantie of willekeur leidt tot verlies van het Hemels Mandaat, waardoor rampen (droogte, overstromingen) ontstaan – net als een uit balans geraakte draak. Dit is puur communitair: de mens bereikt superioriteit door zich te schikken in sociale rollen en harmonie te scheppen met hemel, aarde en medemensen. De draak op tempels en paleizen (vaak met keizerlijke motieven) herinnert eraan dat macht verantwoordelijkheid vereist.
Het Daoïsme (van Laozi en Zhuangzi) is natuurlijker en minder hiërarchisch. Hier staat de draak voor wu wei (niet-doen of spontaan handelen), transformatie en volledige afstemming met de Dao (de natuurlijke Weg). De draak duikt in wolken of zeeën wanneer nodig, stijgt op als de omstandigheden gunstig zijn – nooit geforceerd of opdringerig. Dit draagt een subtiel individualistisch accent: de wijze (of onsterfelijke) trekt zich terug uit corrupte systemen, leeft eenvoudig en laat de kosmische stroom vrij door zich heen gaan. Bescheidenheid betekent hier laag zijn als water: voedend, flexibel en onzichtbaar wanneer het moet. De draak is geen staatsmacht, maar een metafoor voor innerlijke vrijheid en kosmische eenheid.
Door de geschiedenis heen vulden deze twee elkaar aan: Confucianisme domineerde vaak de publieke sfeer (staat, bureaucratie, familie), terwijl Daoïsme de persoonlijke ontsnapping en reflectie bood. Een klassiek gezegde vat het samen: “Confucian in public, Daoist in private.” Samen vormen ze de veerkracht van de Chinese cultuur – en de draak als symbool overstijgt beide, als ultieme eenheid van balans.
Waarom begrijpen wij in het Westen dit zo slecht? Deels door de vertaling: al sinds de 16e eeuw associeerde men monster als “dragon”, waardoor het positieve, goddelijke beeld verduisterd raakte door ons negatieve monster-associatie. Chinese mensen noemen zich trots “nakomelingen van de draak” – voor ons klinkt dat als “nakomelingen van een monster”. Met als gevolg misverstanden over Chinese macht, natuurbeeld en identiteit. Wanneer een Chinees bedrijf een draak-logo gebruikt of een festival drakenboten inzet, zien sommigen agressie of imperialisme, terwijl het om harmonie, voorspoed en collectieve eenheid gaat.
Deze kloof is niet onschuldig. In een globaliserende wereld voedt ze stereotypen: de “China-dreiging” krijgt onbedoeld mythische lading door ons drakenfilter. Tegelijkertijd mist het Westen zo een kans: de Chinese draak leert ons dat ware macht niet in overheersing ligt, maar in balans – kracht combineren met nederigheid, natuur respecteren in plaats van veroveren, ego ondergeschikt maken aan het grotere geheel. Precies wat onze tijd schreeuwt: klimaatcrisis, polarisatie, excessief individualisme.
De draak nodigt uit tot herontdekking. Niet als exotisch curiosum, maar als spiegel: waarom projecteren wij ons eigen dualisme (goed vs. kwaad, held vs. monster) op een symbool dat juist eenheid en harmonie viert? Zoals Laozi al wist: de hoogste deugd is als water – laag, voedend, onstuitbaar. De Chinese draak is dat water in mythische vorm. Tijd dat het Westen het beter leert zien.
Lees meer:
Biologie, sociobiologie, neurobiologie en geopolitiek (7 oktober 2024)
De lessen van Talleyrand: Diplomatie in tijden van Soevereiniteit versus Globalisering
Charles-Maurice de Talleyrand-Périgord (1754-1838), vaak simpelweg Talleyrand genoemd, was een van de meest sluwe en invloedrijke diplomaten uit de Europese geschiedenis. Als Franse staatsman overleefde hij de Franse Revolutie, het bewind van Napoleon, de Restauratie en zelfs de Julimonarchie. Hij diende onder dertien verschillende regimes, wat hem de reputatie van opportunist opleverde, maar ook van meester in realpolitik. Talleyrand’s aanpak was geworteld in pragmatisme: hij prioriteerde nationale belangen boven ideologieën en streefde naar stabiliteit door slimme onderhandelingen. Zijn rol bij het Congres van Wenen (1814-1815) is legendarisch, waar hij Frankrijk redde van vernedering na Napoleons nederlaag door een evenwicht van machten te bewerkstelligen.
In onze tijd botsen ideeën over nationale soevereiniteit – het recht van staten om onafhankelijk te beslissen – steeds heviger met globalisering – de groeiende interdependentie door handel, technologie en internationale organisaties. Globalisering heeft voordelen gebracht, zoals economische groei en kennisuitwisseling, maar wordt vaak gezien als te ver doorgeschoten, met nadelen als verlies van culturele identiteit, economische afhankelijkheid en ongelijkheid. Als tegenwicht wint soevereiniteit aan kracht, zichtbaar in bewegingen als nationalisme, protectionisme en kritiek op supranationale instanties. Talleyrand leerde ons dat diplomatie een balans moet vinden tussen deze krachten: behoud van eigen macht en aanpassing aan bredere dynamieken, zonder één kant blindelings te bevoordelen.
1. Pragmatisme boven ideologie
Talleyrand’s carrière was een meesterwerk van aanpassingsvermogen. Hij begon als bisschop onder het Ancien Régime, steunde de Revolutie door kerkbezit te nationaliseren, diende Napoleon als minister van Buitenlandse Zaken, en schakelde na diens val over naar de Bourbon-monarchie. Dit opportunisme was geen zwakte, maar een strategie: hij geloofde dat rigide ideologieën leiden tot ondergang, terwijl flexibiliteit stabiliteit brengt. Hij trok lessen uit Napoleons impulsieve expansie, die coalities uitlokte en Frankrijk isoleerde, en pleitte voor gematigdheid in onderhandelingen om revanche te voorkomen.
In onze tijd, waar globalisering soevereiniteit ondermijnt, herinnert dit ons eraan dat landen niet star moeten vasthouden aan autonomie ten koste van alles, maar ook niet blindelings moeten meegaan in mondiale integratie. Denk aan Brexit: het VK koos voor herstel van soevereiniteit boven EU-globalisering, maar betaalt een economische prijs, terwijl het tegelijkertijd nieuwe handelsdeals nastreeft. Talleyrand zou adviseren om pragmatisch te onderhandelen, zoals in relaties met China of de VS, waar globalisering kansen biedt maar soevereiniteit vereist dat grenzen stelt aan afhankelijkheid. Lessen: Wees flexibel in allianties, maar laat ideologie – of het nu globalisme of isolationisme is – niet je nationale kern ondermijnen. Soevereiniteit dient als essentieel tegenwicht wanneer globalisering te dominant wordt.
2. Voorkom dominantie door evenwicht
Een kernles van Talleyrand was het belang van een ‘balance of power’ – een evenwicht waarin geen enkele macht domineert. Bij het Congres van Wenen speelde hij kleinere staten uit tegen grootmachten als Rusland en Pruisen, en sloot hij geheime akkoorden om Frankrijks positie te versterken. Hij geloofde dat vrede afhangt van wederzijdse tevredenheid in verdragen, niet van vernedering van de verliezer. Hij keurde kleine, instabiele republieken af omdat ze bescherming vereisten en conflicten uitlokten, en prefereerde sterke systemen gebaseerd op vaste akkoorden.
Dit is cruciaal in hedendaagse geopolitiek, waar globalisering interdependentie creëert maar soevereiniteit bedreigt. In de spanning tussen de VS en China zien we een moderne balance of power: handelsketens binden economieën. Talleyrand’s aanpak zou helpen in conflicten als Oekraïne, waar Rusland soevereiniteit claimt tegenover westerse invloeden (NAVO, EU).
Lessen: Bouw allianties om dominantie tegen te gaan, maar zorg voor evenwicht om escalatie te voorkomen – globalisering werkt alleen als soevereiniteit gerespecteerd wordt, en vice versa: soevereiniteit bloeit niet in isolatie.
3. Diplomatie als preventie
Talleyrand excelleerde in het voorzien van problemen en ingrijpen op het juiste moment. Hij waarschuwde Napoleon voor overexpansie, zoals de annexatie van Piëmont, die verdragen schond en oorlogen uitlokte. Zijn tactiek: Onderhandelen in het openbaar, maar met een oog op langetermijnstabiliteit, en nooit dronken raken van macht – verlies gevechten om de oorlog te winnen. Hij combineerde conservatieve elementen (respect voor tradities) met revolutionaire (beperkte macht, volksparticipatie) voor een hybride aanpak.
Vandaag de dag, met botsingen tussen soevereiniteit en globalisering, leert dit ons proactief te zijn. Handel dwingt mondiale akkoorden, maar landen als India of Brazilië verdedigen soevereiniteit over hun economieën, uit vrees voor oneerlijke verdeling. Talleyrand zou pleiten voor tijdige diplomatie, zoals in cyberbeveiliging, waar globalisering (internet) grenzen vervaagt maar soevereiniteit (nationale datawetten) essentieel blijft als tegenwicht tegen overmatige inmenging.
Lessen: Voorzie conflicten, zoals in aanvoerketens tijdens pandemieën, en grijp in met hybride oplossingen – behoud soevereiniteit als rem op doorgeschoten globalisering, terwijl je de voordelen niet negeert.
4. Nationale belangen voorop
Talleyrand was sceptisch over mensen en affaires, en prioriteerde Franse belangen boven alles. Hij onderhandelde het Concordat van 1801 om religieuze stabiliteit te herstellen, en gebruikte diplomatie om bredere oorlogen te vermijden, zoals pogingen tot Britse neutraliteit in 1792. Hij zag appeasement als riskant als het agressie aanmoedigt, en pleitte voor respectvolle verdragen.
In een globaliserende wereld, waar organisaties als de WTO of IMF soevereiniteit beperken, herinnert dit ons eraan om illusies over ‘eeuwige vriendschap’ te vermijden. Denk aan de Nord Stream-pijpleiding: Duitsland’s afhankelijkheid van Russisch gas ondermijnde soevereiniteit door energiebanden, wat leidde tot kwetsbaarheid. Maar het land wisselde de afhankelijkheid door import van Amerikaans LNG. Talleyrand’s realisme zou adviseren om nationale belangen te beschermen in deals, zoals tech-soevereiniteit tegenover Big Tech-monopolies.
Lessen: Globalisering is een tool, geen doel – gebruik diplomatie om soevereiniteit te versterken als tegenwicht, vooral wanneer globalisme te ver doorschiet en nationale controle ondermijnt.
Conclusie
Talleyrand’s nalatenschap, die het Congres van Wenen inspireerde tot modellen als de VN, toont dat diplomatie bloeit in onzekere tijden. In ons tijdperk van polarisatie bieden zijn lessen een kompas: pragmatisme, evenwicht en vooruitziendheid kunnen helpen navigeren tussen soevereiniteit en globalisering. Door zijn voorbeeld toe te passen, kunnen we conflicten ombuigen tot duurzame vrede, met erkenning van de dualiteit: globalisering als drijver van vooruitgang, maar soevereiniteit als noodzakelijk tegenwicht tegen excessen. Beperkingen doen zich echter voor als diplomaten en politici de lessen niet kunnen toepassen door ideologische verblinding.
Lees meer:
Na Rusland gaat ook China de strijd met de VS aan (27 februari 2023)
De ongeziene monetaire revolutie die de verhoudingen in de wereld gaat veranderen (7 december 2025)
Hypocrisie van de rules-based-order en gedeelde ‘waarden’ (8 februari 2026)
Video’s
Von der Leyen: ‘Afbouw kernenergie was een vergissing’
In een recente toespraak op de Nuclear Energy Summit erkende Ursula von der Leyen dat Europa een strategische fout heeft gemaakt door zich de afgelopen decennia van kernenergie af te keren. Volgens haar heeft die keuze bijgedragen aan structureel hoge elektriciteitsprijzen en een verslechtering van de industriële concurrentiekracht. Omdat Europa nauwelijks eigen olie- en gasreserves heeft, is het continent sterk afhankelijk van dure en geopolitiek kwetsbare import. In dat licht pleit Von der Leyen nu voor een energiesysteem waarin kernenergie en hernieuwbare energie samen de basis vormen van een betrouwbare en betaalbare elektriciteitsvoorziening.
Opmerkelijk is dat dit inzicht niet alleen rijkelijk laat komt, maar dat Ursula von der Leyen in 2011 in de Duitse Bundestag nog vóór de wet stemde die de uitfasering van kernenergie in Duitsland vastlegde. Dat maakt haar huidige pleidooi voor een nucleaire comeback in Europa nog hypocrieter.
Lees ook:
Wederopstanding van het ‘oude’ Westen? (23 maart 2024)
Welk Westen bekritiseren we eigenlijk? (14 juli 2025)
Von der Leyen: ‘Terug naar Russische energie is strategische blunder’'
In een andere recente toespraak waarschuwde von der Leyen dat een terugkeer naar Russische fossiele energie voor Europa een “strategische blunder” zou zijn. Volgens haar moet Europa vasthouden aan de koers die sinds de oorlog in Oekraïne is ingezet: het definitief verbreken van de energieband met Rusland en het versneld zoeken naar alternatieve leveranciers.
De timing van deze uitspraak is opvallend. De mondiale energiemarkt staat onder zware druk, terwijl strategische olievoorraden van de G7-landen slechts een klein deel van het wereldwijde tekort compenseren. Europa kijkt daardoor opnieuw aan tegen het risico van een energiecrisis, terwijl de industrie al gebukt gaat onder hoge energieprijzen.
In dat licht krijgt de principiële afwijzing van Russische energie een extra lading. Rusland ligt immers letterlijk om de hoek, met intacte pijpleidingen en een infrastructuur die jarenlang juist werd gebouwd om Europa van goedkope energie te voorzien. Het “nee” tegen Russische energie is daarmee vooral een waardenstatement — een keuze die steeds moeilijker uit te leggen wordt wanneer Europese industrie en huishoudens opnieuw met stijgende energieprijzen worden geconfronteerd.
We zijn benieuwd wanneer Von der Leyen deze keer tot inkeer komt en haar eigen beslissing als blunder bestempelt.
Yamani over olie als politiek drukmiddel (1973)
De stijgende olieprijs door de ontwikkelingen in het Midden-Oosten deden ons denken aan het volgende fragment uit een interview uit november 1973, waarin de Saudische olieminister Ahmed Zaki Yamani uitlegt hoe krachtig het zogenaamde “oliewapen” van de olieproducerende landen is. Arabische producenten verlaagden destijds hun productie om politieke druk uit te oefenen op het Westen, met als gevolg een spectaculaire stijging van de olieprijs en brandstoftekorten in veel westerse landen.
Volgens olieminister Yamani was dit nog maar een bescheiden stap. Hij suggereerde dat de productie ook teruggebracht kon worden tot bijvoorbeeld slechts 20 procent van het normale niveau. Dat zou de wereldeconomie – en vooral Europa en Japan – volgens hem in korte tijd ernstig ontwrichten. Olieproducerende landen zouden daar volgens hem niet financieel onder lijden, omdat een veel lagere productie onderaan de streep hogere inkomsten zouden opleveren.
Deze logica van vraag en aanbod is vandaag opnieuw relevant. De aanvallen van Iran op olietankers en een blokkade in de Straat van Hormuz hebben de olieprijs opnieuw sterk omhoog geduwd. Voor olieproducerende landen hoeft deze situatie economisch gezien niet per se nadelig te zijn. Wanneer de markt krap blijft, zullen hogere prijzen het inkomensverlies door lagere volumes ruimschoots compenseren.
Zo groot is de waarde van olie voor een geïndustrialiseerde economie. En zo groot is dus de macht van landen die de stroom van olie kunnen controleren.
Daarmee ontstaat een geopolitieke dynamiek die doet denken aan de jaren zeventig. Iran koerst met het afsluiten van de Straat van Hormuz op hogere olieprijzen. Dat doet pijn in het Westen, maar schaadt de eigen belangen veel minder. Het is een oliewapen waar het voor met name Europa en Japan moeilijk op te boksen is.
Lees ook:
Grafieken
Welke beleggingen doen het goed bij stagflatie?
De economische omstandigheden van vandaag vertonen steeds meer parallellen met de stagflatie van de jaren zeventig: hardnekkige inflatie, geopolitieke spanningen en stijgende energie- en grondstoffenprijzen. In die periode bleken vooral goud, grondstoffen en small caps uitzonderlijk goed te presteren, terwijl traditionele financiële activa het juist moeilijk hadden.
Het overzicht hieronder van Bank of America laat zien dat juist deze categorieën tot de best presterende beleggingen van dat decennium behoorden. Het is dus met vooruitziende blik geweest dat we goud, grondstoffen en small caps hebben opgenomen in onze Geotrendlines modelportefeuille. Mocht de wereldeconomie opnieuw een periode van stagflatie ingaan, dan zijn wij strategisch gepositioneerd om verder van deze ontwikkeling te profiteren.
Wil je onze expertise inschakelen voor een persoonlijk vermogensplan? Neem dan contact met ons op voor vermogensregie.

Lees ook:
Maandupdate modelportefeuille februari 2026 (11 maart 2026)
Hoe de Geotrendlines aandelenportefeuille het wint van S&P 500 (7 maart 2026)
Sander Boon: ‘De EU zal een totale verarming zien’ (31 oktober 2025)
Wie wordt geraakt door deze oliecrisis?
Onderstaand schema geeft een overzicht van de grootste olieproducenten in het Midden-Oosten en laat ook zien naar welke regio’s deze olie voornamelijk wordt geëxporteerd. Het grootste deel van deze export gaat naar Azië, met name naar China, India, Japan en Zuid-Korea, die sterk afhankelijk zijn van energie uit de Golfregio.
Deze dynamiek speelt ook mee in het grote geopolitieke spel tussen wereldmachten. Van alle olie die China importeert komt iets meer dan de tien procent uit Iran en iets meer dan de helft uit het Midden-Oosten. En dat is op dit moment niet alleen een probleem voor China, maar ook voor alle landen die afhankelijk zijn van producten uit China.

Is de bodem voor Bitcoin in zicht?
Deze grafiek laat zien dat er voor het eerst sinds oktober weer een langere periode van netto instroom van kapitaal zichtbaar is in Amerikaanse Bitcoin ETF’s. In maart alleen al stroomde er bijna $700 miljoen aan nieuw kapitaal naar deze fondsen, aangevoerd door BlackRock’s iShares Bitcoin Trust. Daarmee lijkt een maandenlange periode van uitstroom van kapitaal - en daarmee dalende koersen - voorlopig tot stilstand te komen.
Deze hernieuwde instroom valt samen met opvallende activiteit in de markt. Terwijl particuliere beleggers Bitcoin verkopen, breiden grote investeerders – de zogenoemde Bitcoin whales – hun posities verder uit. Het aantal wallets met meer dan 100 BTC bereikte zelfs een recordniveau. Samen met de dalende reserves op exchanges kan dit wijzen op bodemvorming in de Bitcoin koers en een voorzichtig herstel van het marktsentiment.
Lees ook:
Wat is de toekomst van Bitcoin? (20 oktober 2024)
Wie koopt Bitcoin in 2025? (16 mei 2025)
Wie bezit Bitcoin? (16 mei 2025)
Tot slot
Geef een abonnement cadeau!
Graag attenderen we jou op de mogelijkheid om een abonnement op deze Boon & Knopers updates cadeau te geven. Via onderstaande knop kun je vrienden, familie of collega’s laten kennismaken met onze wekelijkse analyses.
Dat kan al voor €9,95 voor een maandabonnement of voor €99,95 voor een jaarabonnement. Klik op onderstaande knop voor meer informatie.
Studentenkorting
Ben je student en wil je ook graag abonneren op onze wekelijkse updates? Neem dan contact met ons op door vanaf het e-mail account van de universiteit een bericht sturen naar info@boonknopers.com. Studenten kunnen voor een gereduceerde prijs van €59,95 per jaar abonneren.

















