Monetaire soevereiniteit is een illusie

Vorige week donderdag ging Nederland naar de stembus voor de Europese parlementsverkiezingen. De voorlopige uitslagen laten zien dat een meerderheid van de bevolking voorstander is van meer Europese samenwerking. Een minderheid ziet toekomst in een vertrek van Nederland uit de Europese Unie of de muntunie. Voorstanders van een vertrek uit de monetaire unie beweren dat Nederland met en vertrek uit de euro haar eigen monetaire beleid kan voeren en dat wij dan niet meer hoeven op te draaien voor de economische problemen van de zuidelijke landen. Dat klinkt aantrekkelijk, maar de geschiedenis wijst uit dat het hebben van een eigen munt niet altijd betekent dat je ook een eigen monetair beleid kunt voeren.

De ervaring uit het verleden leert dat landen die te maken hebben met internationale geldstromen een beperkte monetaire vrijheid hebben. Zo volgde de Nederlandsche Bank voor de invoering van de euro jarenlang hetzelfde monetaire beleid als de Duitse centrale bank, met als doel de wisselkoers tussen de gulden en de Duitse mark stabiel te houden. Men streefde naar een stabiele wisselkoers, omdat dat het meest gunstig is voor internationale handel en investeringen. Iedere keer als de Bundesbank besloot de rente te verhogen of te verlagen werd dat besluit opgevolgd door de Nederlandsche bank. Dat was de enige manier om het valutarisico te minimaliseren en tegelijkertijd vrij verkeer van kapitaal mogelijk te maken.

Monetair trilemma

Landen die handel drijven met het buitenland moeten rekening houden met het zogeheten monetaire trilemma. Dat betekent dat landen die streven naar een onafhankelijkheid monetair beleid niet tegelijkertijd een vaste wisselkoers én vrij verkeer van kapitaal kunnen hebben. In het geval van Nederland zou dat betekenen dat we wel een eigen munt kunnen invoeren, maar dat deze niet kan bestaan zonder kapitaalcontroles of zonder een volatiele wisselkoers.

Een vaste wisselkoers betekent dat de centrale bank moet interveniëren, bijvoorbeeld door beperkingen op te leggen aan de hoeveelheid vreemde valuta die omgewisseld kunnen worden voor de eigen valuta. Het alternatief is om kapitaalstromen vrij te laten, waardoor dat de waarde van de gulden sterk zal fluctueren ten opzichte van de euro. Ook dat is geen wenselijke scenario, omdat een onvoorspelbare wisselkoers een negatief effect heeft op het internationale handelsverkeer in de buitenlandse investeringen in Nederland. Wanneer de waarde van de munt onzeker is wordt het voor buitenlandse investeerders risicovoller om in Nederland te investeren.

Illusie van monetaire soevereiniteit

Het idee dat Nederland met de invoering van een eigen munt meer soevereiniteit krijgt is een illusie. Het voeren van een onafhankelijk monetair beleid is zo goed als onmogelijk, omdat het hebben van een wisselkoersrisico niet goed is voor het internationale handelsverkeer. Met het beperken van kapitaalstromen kan Nederland een vaste wisselkoers verdedigen, maar daarmee jaag je buitenlandse investeerders weg. Per saldo is het dan beter om in de muntunie te blijven en te accepteren dat het monetaire beleid centraal wordt aangestuurd door de ECB.

Er zijn verschillende redenen te bedenken voor de invoering van een eigen munt. De meest genoemde reden is dat een land met een eigen munt kan devalueren en daarmee de schuldenlast van de overheid kan verlagen. Dat is geen wenselijk scenario, omdat een devaluatie het vertrouwen in de munt geen goed zal doen. De waarde van de munt zal verder wegzakken, met als gevolg dat de bevolking aan koopkracht inlevert. Alle goederen die uit het buitenland geïmporteerd worden zullen in prijs stijgen. Devaluatie is ook een vorm van diefstal, waarbij de overheid haar schuld verlaagt ten koste van de koopkracht van spaarders.

Een ander argument voor het vertrek uit de muntunie is dat Nederland dan niet meedoet aan de gevreesde transferunie, waarin de rijkere landen van de muntunie de rekening betalen voor de problemen in de zuidelijke landen. Dat klinkt als een voordeel, maar dat weegt niet op tegen de nadelen van de invoering van een eigen munt. Dankzij de euro profiteert de Nederlandse staat van toegang tot een grotere kapitaalmarkt, met als gevolg dat we tegen een uitzonderlijk lage rente kunnen lenen. Dat voordeel valt weg als Nederland een eigen munt introduceert en in deze valuta gaat lenen. De nadelen wegen dus niet op tegen de voordelen van een eigen munt.

Deze column verscheen eerder op Goudstandaard



Gerelateerd:

Deel dit artikel:

Frank Knopers

Frank Knopers studeerde bedrijfswetenschappen aan de Universiteit Twente in Enschede en behaalde een Master in Financial Management met een onderzoek naar de effectiviteit van waardebeleggen (value investing) in Nederland. Sinds het uitbreken van de financiële crisis is Frank zich gaan verdiepen in de werking van het geldsysteem.