Hoe heeft het zo mis kunnen gaan in Venezuela?

Venezuela heeft deze week opnieuw een deel van haar goudvoorraad moeten inleveren. Het land kon een lening van Deutsche Bank niet aflossen, waardoor beslag is gelegd op het goud dat als onderpand was ingelegd. Het is al de tweede keer dit jaar dat de regering van Maduro er niet in slaagde een dergelijke goudswap terug te betalen. Door de economische problemen in zijn land komt de bodem van de schatkist langzaam maar zeker in zicht en gaat zelfs de goudvoorraad in de uitverkoop. Hoe heeft het zover kunnen komen?

Hoe Venezuela een welvarende heilstaat had kunnen worden

Door: Ries Jacobs

Vertegenwoordigers van de Venezolaanse president Nicolás Maduro en oppositieleider Juan Guaidó zaten deze week voor het eerst met elkaar rond de tafel in Oslo. Het einde van de politieke en economische crisis lijkt in zicht. Hoe kon het land, dat grotere oliereserves heeft dan Saoedi-Arabië, zo diep vallen?

De eerste indruk is dat Venezuela de prijs betaalt voor ruim twintig jaar aan ondoordacht en populistisch leiderschap. Met zijn retoriek en tal van programma’s om de gewone Venezolaan te helpen heeft president Maduro inderdaad kenmerken van een populist. Dit geldt wellicht nog meer voor zijn overleden voorganger Hugo Chávez. Hij ging er prat op een anti-imperialist te zijn en zei eens over de Verenigde Staten: “Laten we de mensheid redden. Laten we het Amerikaanse rijk afmaken.”

Vrijwel meteen na zijn aantreden in februari 1999 startte hij de aan de kiezers beloofde hervormingen. Zijn geldverslindende Misiones om armoede te bestrijden, onderwijs voor iedereen toegankelijk te maken en de gezondheidszorg te verbeteren financierde hij met oliedollars, want verder had het land nauwelijks inkomsten. Toen Chávez president werd verdiende de modale Venezolaan $3.875 per jaar. Het bruto binnenlands product per inwoner lag daarmee iets boven dat van buren Peru en Colombia, maar onder dat van Brazilië en Argentinië. De sociale programma’s kon Chávez alleen betalen vanwege de hoge olieprijs. Toen deze in 2001 zakte begonnen de eerste problemen.

Nederlandse ziekte

Venezuela is niet het eerste land waarvan de economie instortte omdat deze te afhankelijk was van olie-inkomsten. In Nederland gebeurde in de vroege jaren ’80 hetzelfde, zij het dat ons land minder diep viel. De prijs van aardgas is gekoppeld aan die van aardolie. Nadat de olieprijs in 1980 het voor die tijd astronomische bedrag van $123 per vat bereikte, zakte deze gestaag naar $24 in 1986. De economie, die door de vele miljoenen guldens die we aan het aardgas hadden verdiend al een verzwakte concurrentiepositie had, stortte in.

Als gevolg daarvan nam de werkloosheid sterk toe. De kosten van de in de jaren ’70 tot volle wasdom gekomen verzorgingsstaat groeiden, terwijl de inkomsten uit aardgas afnamen. We hebben de dubieuze eer dat dit economische fenomeen naar ons vernoemd is. Een teveel op één grondstof (meestal aardolie of aardgas) gebaseerde economie, in combinatie met een verzwakte concurrentiepositie en stijgende overheidsuitgaven, staat bekend als de Dutch Disease.

Politiek wapen

Moet je dan je oliereserves maar in de grond laten zitten? Dat is een mogelijkheid, een andere optie is de keuze die Noorwegen maakte. In 1959 vond Shell olievelden in de Noordzee. In plaats van alle olie zo snel mogelijk op te pompen, limiteerde het in 1972 opgerichte staatsbedrijf Statoil het aantal vaten olie per jaar. Het bedrijf opereert tegenwoordig onder de naam Equinor, maar nog steeds bezit de Noorse overheid 67% van de aandelen. Het verdiende geld wordt sinds 1990 belegd in het Noorse Overheidspensioenfonds. De Noorse staat onttrekt alleen (een deel van) de beleggingswinst uit het fonds (in 2016 werd voor het eerst meer dan de winst uit het fonds onttrokken om het overheidstekort te dichten).

Oliefonds

De teller van het fonds passeerde onlangs de grens van 9000 miljard Noorse kronen, wat neerkomt op $1.035 miljard. Dit geld wordt alleen geïnvesteerd in buitenlandse bedrijven, waardoor momenteel naar schatting 1,5% van de aandelen wereldwijd in handen is van het Noorse Overheidspensioenfonds. De regering van het land heeft met het fonds een krachtig politiek wapen in handen.

Had Chávez in 1999 het voorbeeld van Noorwegen maar gevolgd. Dan had Venezuela nu eenzelfde soort politiek wapen annex financiële melkkoe, een fonds dat jaarlijks vele sociale projecten kon verwezenlijken. Dat geduld konden de praatjesmakers Chávez en Maduro niet opbrengen. Ironisch genoeg zijn de Venezolanen momenteel in Noorwegen, maar dan om te bespreken hoe ze de crisis in hun land kunnen beëindigen.

Over de auteur: Ries Jacobs is afgestudeerd in de sociale geografie met een specialisatie in ontwikkelingslanden. Ries is momenteel werkzaam in de financiële sector als kredietbeoordelaar. Wilt u reageren op dit artikel? Plaats een reactie onder het bericht of mail de redactie op [email protected].

Volg Geotrendlines nu ook via Telegram

Geotrendlines is een onafhankelijk platform voor geopolitiek en economisch nieuws en dat betekent dat wij uit principe geen geld accepteren van overheidsinstanties, niet-gouvernementele organisaties of van adverteerders die rechtstreeks op onze site willen adverteren. Met uw donatie kunnen we de site verder ontwikkelen en kunnen we ons nieuwsaanbod uitbreiden. Zo houden we de site vrij van advertenties en blijven wij onafhankelijk van andere financiële bronnen. Klik hier om te doneren!



Lees ook:

Deel dit artikel: