Het probleem van Italië is niet de euro

De problematiek rondom Italië zal u waarschijnlijk niet zijn ontgaan. De regering bereikte een akkoord over de begroting voor 2019, waarin het begrotingstekort verder zal toenemen tot 2,4% van het bbp. Beleggers werden nerveus en deden Italiaanse aandelen in de verkoop. De bankaandelen kregen daar de hardste klappen te verwerken. Ook op de obligatiemarkt werd de stemming nerveus, want de rente op Italiaans schuldpapier met een looptijd van 10 jaar steeg in korte tijd naar 3,4%. Om dat in perspectief te plaatsen, een half jaar geleden schommelde die rente rond de 1,8%.

Hoe komt het dat beleggers zo nerveus reageren op een nieuwe begroting, die pas op lange termijn mogelijk invloed heeft op de houdbaarheid van de Italiaanse schulden? Volgens Claudio Borghi, huiseconoom van Lega Nord en voorzitter van de commissie Begroting in het Italiaanse parlement, moeten we de verklaring daarvoor zoeken bij de ECB. In een interview met Bloomberg eerder deze week beklaagde hij zich over het feit dat de centrale bank niet garant wil staan voor het schuldpapier van overheden. Beleggers moeten rekening houden met een scenario waarin een land haar schulden niet meer kan betalen en moet afschrijven op de waarde van het schuldpapier.

Hoe veilig zijn staatsobligaties?

Toen de ECB nog voor tientallen miljarden euro’s per maand aan staatsobligaties opkocht bleef dat risico buiten beeld, omdat men wist dat er altijd wel een koper was te vinden voor het schuldpapier. Maar nu de centrale bank stopt met haar opkoopprogramma beginnen de financiële markten ook weer onderscheid te maken tussen de staatsobligaties van de verschillende landen in de muntunie. Daarbij wordt de begrotingsdiscipline van Duitsland beloond, want het verschil in rente tussen een Duitse en Italiaanse staatslening met een looptijd van 10 jaar is inmiddels opgelopen tot 275 basispunten.

Fiscale discipline

De euro legt in feite discipline op aan overheden, omdat landen met een gemeenschappelijke munt geen mogelijkheid hebben om hun schuld door middel van een devaluatie te verlichten. In plaats daarvan dwingt de euro alle lidstaten om hun begroting op orde te brengen, net zoals ieder huishouden en elk bedrijf ervoor moeten zorgen dat hun financiële positie gezond blijft. Het dwingt overheden om hun inkomsten en uitgaven voortdurend kritisch tegen het licht te houden en beperkt hun speelruimte om schulden op te stapelen en door te schuiven naar de toekomst.

Het besluit van Europese landen om een gemeenschappelijke munt in te voeren brengt voordelen ten aanzien van de handel en zorgt voor meer economische integratie tussen landen, maar tegelijkertijd brengt het ook een verantwoordelijkheid met zich mee. De regels van het Stabiliteit- en Groeipact (dat landen maximaal 3% tekort en maximaal 60% staatsschuld mogen hebben) werden niet voor niets bedacht, maar laten tegelijkertijd ook de zwakte van de muntunie zien. Een gezamenlijk monetair beleid vereist ook een harmonisering van het fiscale beleid en daar komt politiek bij kijken…

Politiek spel

Duitsland streeft naar een begrotingsevenwicht, terwijl Italië de grens opzoekt van wat andere landen in de muntunie nog accepteren. Het is de vraag hoe hard dit spel gespeeld zal worden. De euro dwingt landen om hun begroting op orde te maken en moet voorkomen dat overheden hun schulden onbeperkt laten oplopen. Dat lijkt mij een goed uitgangspunt, maar is de euro sterk genoeg om de wens van de politiek te weerstaan?

De problemen in Italië brengen aan het licht dat het land onvoldoende geprobeerd heeft om de overheidsfinanciën op orde te maken. Dat is het gevolg van politieke keuzes en niet de schuld van de euro.

Deze column verscheen eerder op Goudstandaard

Lees ook:

Deel dit artikel: