Zijderoute maakt landen afhankelijk van China

China heeft met haar nieuwe Zijderoute veel landen enthousiast gemaakt om te investeren in infrastructuur. Nieuwe wegen, spoorlijnen en havens moeten een impuls geven aan de handel en daarmee de welvaart in alle deelnemende landen verbeteren, maar tegelijkertijd is het ook een strategie van China om haar machtspositie te versterken. Veel van deze projecten worden namelijk met Chinees geld gefinancierd.

China financiert in tientallen verschillende landen in Azië, Afrika en Europa voor in totaal ongeveer $8 biljoen aan projecten die gerelateerd zijn aan het Chinese ‘Belt and Road Initiative’. Volgens de internationale denktank Center for Global Development kunnen daarvan zeker acht landen als ‘financieel kwetsbaar’ aangemerkt worden, omdat deze waarschijnlijk meer schulden op zich hebben genomen dan hun eigen economie kan dragen.

Meer schulden aan China

De landen die volgens het Center for Global Development de meeste kans hebben om in de financiële problemen te komen zijn Djibouti, Kirgizië, Laos, de Malediven, Mongolië, Montenegro, Pakistan en Tadzjikistan. Deze landen vormen belangrijke schakels in de Zijderoute en gebruiken het geld dat ze van China lenen om nieuwe spoorlijnen, snelwegen en energiecentrales aan te leggen.

Door deze investeringen stijgt niet alleen de schuldenlast van deze landen, maar ook het Chinese aandeel daarin. De meest extreme voorbeelden daarvan zijn Pakistan en Montenegro, waarvan het Chinese aandeel in hun totale schuldenlast door de Zijderoute-projecten van 10% naar 45% zal toenemen. In andere landen die eerder genoemd werden stijgt het Chinese aandeel in de totale schuldpositie ook aanzienlijk, met ongeveer 20 tot 30 procentpunt. De volgende grafiek laat dat duidelijk zien.

Schuldpositie van landen neemt toe door Chinese Zijderoute (Bron: Center for Global Development)

Zijderoute maakt landen afhankelijk

De investeringen in de Zijderoute moeten zich uitbetalen in extra werkgelegenheid en meer economische groei op de langere termijn, waardoor landen hun schulden aan China ook weer kunnen afbetalen. Maar lukt dat om wat voor reden dan ook niet, dan geeft dat China een sterkere onderhandelingspositie.

Volgens de onderzoekers van het Center for Global Development krijgen Chinese autoriteiten een zeer machtige positie op het moment dat andere landen hun schulden niet meer kunnen terugbetalen. Een voorbeeld daarvan zagen we eind vorig jaar in Sri Lanka, toen duidelijk werd dat het land haar lening van $1 miljard niet kon terugbetalen aan China. Deze schuldenlast werd toen verlicht, met als tegenprestatie dat China de komende 99 jaar gebruik mag blijven maken van een belangrijke haven in Sri Lanka.

Als dit soort voorbeelden vaker voorkomen, dan kan dat een negatieve impact hebben op het imago van de Chinese regering. Die promoot de Zijderoute namelijk als een project dat in het beste belang is van beide landen.

Ook in Pakistan zijn er kritische geluiden te horen over de projecten die met Chinees geld gefinancierd worden. Lokale vissers zouden benadeeld worden door alle werkzaamheden in de haven van Gwadar, dat een belangrijke schakel moet worden in de Chinese Zijderoute. Ook vraagt de lokale bevolking zich af hoeveel ze terug zullen zien van de opbrengsten.

Volgens Kaiser Bengali, voormalig economisch adviseur in deze regio, zal naar verwachting meer dan 90% van de totale opbrengsten van de haven naar China gaan. In een verklaring tegenover de Wall Street Journal zei hij daar het volgende over:

“Niemand deel gratis geld uit. De Chinese bedrijven krijgen belastingvoordelen. En in plaats van dat ze de bouwmaterialen hier kopen halen ze die uit China. Dus het multipliereffect van deze bouwwerkzaamheden gaan naar China en niet hierheen.”

Als de projecten van de Zijderoute zich in de toekomst terugbetalen zijn er alleen maar winnaars, maar als het rendement tegenvalt zijn het vooral de landen die veel geld van China geleend hebben die aan het kortste eind trekken.


Lees ook:

Deel dit artikel: