Waar blijft die inflatie?

De huizenprijzen in Nederland stijgen met bijna 10% per jaar, maar als we de officiële statistieken mogen geloven is er verder bijna geen inflatie. Hooguit een procent of twee op jaarbasis, wat in het jargon van centrale banken zelfs prijsstabiliteit genoemd mag worden. Hoe kan het dan toch dat veel mensen dat anders ervaren? Dat de werkelijke geldontwaarding aanzienlijk groter lijkt dan de officiële cijfers ons voorhouden…

En van de verklaringen vinden we terug in het alledaagse leven, namelijk bij het bezoek aan de supermarkt. Een zak chips die voor driekwart (of meer) uit lucht lijkt te bestaan, een doos met ijs waar net één of twee exemplaren minder in zitten dan je op basis van de afmetingen zou verwachten, een blikje frisdrank dat door de jaren heen steeds iets kleiner lijkt te worden…

Meestal is het niet uw beoordelingsvermogen dat u in de steek laat, maar het geld waarmee u de boodschappen afrekent. Fabrikanten van levensmiddelen hebben ontdekt dat consumenten veel sterker reageren op prijsveranderingen dan op subtiele veranderingen in de hoeveelheid van het product. Daarom gebruiken ze allerlei vernuftige technieken om de inhoud van hun product steeds een beetje af te schaven, zodat de prijs hetzelfde kan blijven.

Krimpflatie

Deze praktijken worden wereldwijd toegepast en hebben daarom ook een naam gekregen, namelijk ‘shrinkflation‘. In het Nederlands wordt dat vertaald naar krimpflatie. We zien het fenomeen vooral in landen waar de inflatie hoog is of waar de munt in korte tijd sterk in waarde gedaald is. Het fenomeen bestaat al decennia, want er zijn zelfs voorbeelden bekend uit 1916 waarbij bakkers kleinere broden bakten om een prijsverhoging uit te stellen.

De laatste vijf jaar was de inflatie in de Westerse wereld volgens de officiële statistieken verwaarloosbaar laag, maar als je kijkt naar hoe de verpakkingen van producten over de afgelopen vijf jaar zijn veranderd zou je tot een heel andere conclusie kunnen komen. Uit een Brits onderzoek dat vorig jaar werd uitgevoerd bleek dat meer dan 2.500 verschillende producten in de Britse supermarkten de afgelopen vijf jaar tenminste één verandering heeft ondergaan, waarbij de inhoud van de verpakking werd verminderd.

Het meest opvallende voorbeeld is misschien wel de chocoladereep van Toblerone. De fabrikant van deze reep maakte een compleet nieuw ontwerp speciaal voor de Britse markt, omdat de waarde van het Britse pond na de Brexit flink gedaald was. De reep werd op creatieve wijze met tien procent verkleind, zodat er geen aanpassing aan de kenmerkende driehoekige verpakking gedaan hoefde te worden.

Manipulatie

Het is de vraag in hoeverre deze praktijken worden meegenomen in de berekening van het officiële inflatiecijfer. In sommige landen vangen ze dit probleem wel op een heel creatieve manier op. Zo hebben ze op de Filipijnen het Pinggang Pinoy programma, dat voorschrijft wat een normale portie is voor volwassen en kinderen en wat dat moet kosten.

In tien jaar tijd zijn deze standaarden zodanig aangepast dat iemand die van het Filipijnse minimumloon moet leven vandaag de dag nog minder eten kan kopen dan in 2008. Door de standaarden aan te passen kun je zelfs het probleem van stijgende voedselprijzen in de statistieken verstoppen.

He is de vraag of we het fabrikanten kwalijk moeten nemen dat ze hun verpakkingen veranderen, want uiteindelijk zit het probleem in uw portemonnee. Zo lang ons geld als gevolg van vrijwel ongelimiteerde geldcreatie in waarde blijft dalen moeten we leren leven met de krimpflatie. Dat vinden we blijkbaar minder confronterend dan een hogere rekening aan de kassa.

Frank Knopers

Deze column verscheen eerder op Goudstandaard



Lees ook:

Deel dit artikel: