“Russische radargegevens spreken officiële verklaring MH17 tegen”

Volgens de Russische luchtvaartorganisatie Rosaviatsia is het niet aannemelijk dat de MH17 in de zomer van 2014 door een Buk-raket is neergehaald. De raket had dat op zijn minst twee of drie keer op de Russische radar moeten verschijnen, maar dat blijkt niet uit de radargegevens.

Vorige week publiceerde de Nederlandse overheid de antwoorden op een reeks vragen aan Stef Blok, minister van Veiligheid en Justitie in het tweede kabinet van Rutte. Daarin beweerde de minister dat de zogeheten Buk-raket door de radar kon glippen en dat de raket te klein zou zijn om door de radar opgepikt te worden.

Beide argumenten worden door Oleg Storchevoy van de Russische luchtvaartorganisatie tegengesproken. Volgens hem kan het Russische radarsysteem zelfs veel kleinere objecten dan een Buk-raket registreren en is het ook niet mogelijk dat de raket door de draaiing van de radar heen is gevlogen.

Radarbeelden

Het radarsysteem in kwestie maakt in tien seconden een volledige draai van 360 graden, terwijl een Buk-raket in het geval van de MH17 35 seconden onderweg moest zijn geweest voordat deze het vliegtuig zou raken. De raket moet dan tenminste twee en mogelijk zelfs drie keer op de radar te zien zijn geweest, zo verklaarde Storchevoy tegenover Russia Today.

Als er een projectiel vanuit het oosten vanaf de grond zou zijn afgeschoten, zoals door de Nederlandse regering wordt beweerd, dan zou deze ongeveer 35 seconden onderweg moeten zijn geweest. Dat betekent dat de radar dus minstens twee of drie keer een duidelijk signalen opgepakt zou moeten hebben van een object dat richting het vliegtuig bewoog. Maar die signalen waren volgens de Russische luchtvaartorganisatie niet op de radar terug te vinden. Om die reden concludeert Storchevoy dat er geen projectiel vanuit het oosten en vanaf de grond werd afgevuurd, zoals in het officiële onderzoekrapport wordt beweerd.

Bewijsmateriaal

Volgens Rusland heeft het onderzoeksteam weinig moeite gedaan om de Russische radargegevens te analyseren, ook nadat er vanuit Rusland hulp werd aangeboden om de gegevens uit te lezen. Daaruit concludeert Storchevoy dat het onderzoeksteam met opzet probeerde het Nederlandse publiek te misleiden.

Rusland heeft eerder ook al kritiek geuit op de onzorgvuldige wijze waarop er met het bewijsmateriaal werd omgegaan. Een groot deel van de resten van het vliegtuig werd in Oekraïne achtergelaten. Zelfs op de plek van de ramp werden jaren later nog onderdelen van het vliegtuig gevonden. Ook opvallend is dat het meest elementaire bewijsmateriaal, zoals de logbestanden van de luchtverkeersleiding van Oekraïne, niet in het onderzoek werden meegenomen.

Het is tragisch dat er bijna drie jaar na dato nog steeds geen duidelijkheid bestaat over de werkelijke toedracht van de crash van MH17, waarbij 298 onschuldige burgers om het leven kwamen. Hoe kan het onderzoeksteam tot de conclusie komen dat er een Buk-raket is afgevuurd, terwijl deze op de radarbeelden van Rusland niet is terug te vinden?