Rusland voert voedselbonnen in

Rusland wil opnieuw voedselbonnen invoeren om de laagste inkomens te ondersteunen. Het Russische ministerie van Industrie en Handel wil dit systeem vanaf 2018 in het hele land invoeren. Het doel van dit programma is niet alleen om de allerarmsten te helpen, maar ook om de agrarische sector in Rusland te stimuleren.

Volgens experts leven er in Rusland ongeveer 20 miljoen mensen onder de armoedegrens, ongeveer 15% van de totale bevolking. Die mensen moeten rondkomen van een bestaansminimum van €173 per maand. Met de nieuwe voedselbonnen krijgen ze er per maand ongeveer €16 aan koopkracht bij, geld dat alleen gebruikt kan worden voor levensmiddelen die in eigen land geproduceerd worden.

Voedselbonnen

Anders dan in de Verenigde Staten blijven de voedselbonnen in Rusland beperkt tot uitsluitend gezonde producten, zoals ontbijtgranen, aardappelen, pasta, rijst, groente, fruit, suiker, eieren, plantaardige olie, vlees, vis en zuivelproducten. Op advies van het Ministerie van Gezondheid zijn tabak en alcohol uitgesloten van het voedselbonnenprogramma.

Op deze manier worden de lage inkomens niet alleen gestimuleerd om gezond te eten, ook geeft het een impuls aan de Russische landbouwsector en veeteelt. Ook zaden en diervoeders kunnen met voedselbonnen betaald worden, om eigen voedselproductie onder de lagere inkomensgroepen te stimuleren. Geïmporteerde levensmiddelen kunnen niet met de voedselbonnen betaald worden, die moeten mensen uit hun eigen portemonnee betalen.

Economische stimulering

Het plan van de regering is om vanaf volgens jaar bankpasjes uit te delen, waar iedere maand een bepaald tegoed op gestort zal worden. Dat bedrag wordt naar inkomen bepaald, wat betekent dat de laagste inkomens wat meer tegoed zullen krijgen.

Het nieuwe voedselbonnen programma dat vanaf volgend jaar wordt ingevoerd moet ook een impuls geven aan de binnenlandse economie. Volgens schattingen van het ministerie van Industrie en Handel zal iedere roebel die de overheid in dit programma steekt uiteindelijk een economische groei van twee roebel teweeg brengen.

Het programma helpt niet alleen de agrarische sector, maar ook de rest van de economie. Dankzij de voedselbonnen houden lagere inkomens iets meer geld over, waarmee ze andere producten en diensten kunnen aanschaffen. Dat kunnen natuurlijk ook geïmporteerde goederen zijn.