De euro is niet het probleem

Er gaat bijna geen week voorbij dat er geen kritiek is op de euro, maar ondanks dat groeit de populariteit van de gemeenschappelijke munt. Sinds de invoering van de euro is het aantal landen dat de munt gebruikt van 12 naar 19 toegenomen. Ook zijn er steeds meer landen buiten de muntunie die de euro inmiddels gebruiken als betaalmiddel.

Deze week waarschuwde de ECB verschillende Balkanlanden zelfs voor een te grote afhankelijkheid van de euro. In deze landen wordt steeds meer in euro’s geleend en gespaard, omdat de lokale bevolking een groter vertrouwen heeft in de waardevastheid van de euro dan in die van hun eigen valuta.

Ook internationaal wint de euro aan populariteit, omdat de euro zich bewezen heeft als een neutrale valuta die niet voor politieke doeleinden gebruikt zal worden. Dat is geen toeval, want de euro is de eerste munt die boven de lidstaten staat en die daardoor een grote mate van onafhankelijkheid heeft. Ook heeft de ECB geen enkele andere doelstelling dan prijsstabiliteit, waardoor het monetaire beleid niet beïnvloedt wordt door secundaire doelstellingen zoals het verlagen van de werkloosheid (zoals bij de Federal Reserve).

De euro is door haar structuur (onafhankelijk van de politiek) niet alleen een stabiele, maar ook een zeer goed schaalbare valuta. Ieder land in de Europese Unie dat aan de voorwaarden voldoet kan de euro overnemen als valuta, waarmee het land toegang krijgt tot een grote kapitaalmarkt en het valutarisico met de eurolanden wegvalt. Mijn verwachting is dan ook dat meer landen in de toekomst de euro zullen overnemen als betaalmiddel of als handelsmunt.

‘A blessing in disguise’

Vaak hoor ik dat sinds de invoering van de euro alles duurder is geworden of dat het besteedbare inkomen niet is toegenomen. Dat zou kunnen, maar de vraag is of het anders of beter was gegaan als alle landen hun eigen munt hadden behouden. Was er dan minder inflatie geweest? Of was Nederland dan meegezogen in een Europees kampioenschap geldontwaarding, waar bijvoorbeeld Frankrijk en Italië de aftrap voor hadden gegeven? En handelsoorlog in Europa was dan een reële optie geweest, om nog maar te zwijgen over de grote schommelingen in de onderlinge wisselkoersen, die versterkt zouden worden door speculanten. Europese landen hadden dan makkelijker uit elkaar gespeeld kunnen worden, met alle gevolgen van dien.

Dat landen niet meer kunnen devalueren wordt vaak als een nadeel gezien, maar dat kun je natuurlijk net zo makkelijk omdraaien. Spaarders in landen als Italië, Spanje en Griekenland hoeven dankzij de euro niet langer te vrezen dat de koopkracht van het spaargeld verdampt, terwijl het wegvallen van het valutarisico een barrière voor bedrijven wegneemt om grote investeringen te doen in andere eurolanden. Ook profiteren consumenten van het feit dat ze over de grens met dezelfde munt kunnen betalen. Is de euro ondanks de felle kritiek dan toch een zegening gebleken?

De euro functioneert uitstekend als betaalmiddel en rekenmiddel en doet daarmee wat je van een valuta mag verwachten. Dat de euro door de jaren heen aan koopkracht verliest is geen verrassing, want dat geldt voor alle valuta die gebaseerd zijn op fractioneel bankieren. Misschien dat goud om die reden al sinds de introductie van de euro is vrijgesteld van btw, om het bezit van goud als alternatief spaarmiddel te stimuleren…

Frank Knopers

Deze column verscheen eerder op Goudstandaard