China heeft een dollarprobleem

In China werd in oktober 2017 geschiedenis geschreven. Grote leider Xi werd in de grondwet geschreven. Hij staat sindsdien op gelijke hoogte met grondlegger van de socialistische republiek, Mao. Voortaan is het denken van Xi leidraad voor de richting en inrichting van het land.

In het Westen werd deze gebeurtenis door commentatoren over het algemeen opgevat als een teken van Chinese kracht. Deze kracht was al onderstreept door de militaire en financiële banden die China aan is gegaan met voor hen strategisch gelegen landen en ook door de massale investeringen in infrastructuur voor de nieuwe zijderoute.

Naast deze economische, financiële en militaire krachtvertoning is China ook bezig met het verspreiden van zijn culturele waarden door middel van soft power. Zo hebben al honderden universiteiten wereldwijd een door China gesponsorde opleiding. We moeten dus rekening gaan houden met een veel grotere toekomstige rol van China op het wereldtoneel, aldus dit mainstream scenario. Door op een andere manier naar deze ontwikkelingen te kijken, naar krachten die ogenschijnlijk geen relatie hebben met de geobserveerde gebeurtenissen, kan echter een heel andere werkelijkheid worden geschetst.

Schuld gedreven groei

Om na de kredietcrisis van 2008 binnenlandse sociale onrust te voorkomen koos China voor het aanjagen van de economie door te investeren in productiecapaciteit, in de verwachting dat net als na voorgaande crises de wereldeconomie weer op gang zou komen. Door een weer aantrekkende wereldeconomie en een groeiend Chinees handelsoverschot zouden deze met leningen gefinancierde investeringen weer kunnen worden afgelost.

Wat onderbelicht is gebleven is dat de meeste leningen zijn aangegaan in dollars, geleend op de internationale kapitaalmarkt. Dat was aantrekkelijk, omdat sprake was van een koppeling van de yuan aan de dollar. Daardoor was er voor Chinese bedrijven immers geen valutarisico. Financiers in Japan en het Westen waren bereid het geld uit te lenen, omdat het rendement op hun leningen in China groter was dan in hun eigen financiële markten. Het was lange tijd een win-win situatie, maar een veel lager groeipad van de wereldeconomie na de kredietcrisis gooide roet in het eten.

Devaluatie

In augustus 2015 was er sprake van een plotselinge devaluatie van de yuan ten opzichte van de dollar. Het was een duidelijke manifestatie van toenemende dollarkrapte in de kapitaalmarkten. Sindsdien wijzen meer en meer signalen op een dollarprobleem voor de Chinese financiële sector.

Chinese bedrijven lenen inmiddels dollars tegen 7%, een weerspiegeling van zowel kredietrisico als dollar-schaarste. De nood is kennelijk zo hoog, dat de Chinese regering heeft moeten inspringen. In weerwil van het officiële standpunt dat de mondiale afhankelijkheid van de dollar moet worden tegengegaan, werd eind 2017 voor het eerst sinds 13 jaar een dollarobligatie uitgegeven.

Het was een actie waarmee werd getracht de dollarrente omlaag te krijgen die Chinese bedrijven betalen. Ook de door China gewenste re-denominatie van geïmporteerde olie van dollar naar yuan – de petroyuan – is er op gericht de binnenlandse vraag naar dollars te verminderen.

Dollarschaarste

Deze acties zijn nodig, omdat de Chinese centrale bank geen dollar-yuan swap-line heeft met de Amerikaanse Federal Reserve. Hierdoor kan China niet aan dollars komen in een crisissituatie, wat tot een Chinese kredietcrisis en zelfs een Azië-crisis kan leiden die verder gaat dan de variant van 1997. De omvang van de dollarleningen nu is namelijk vele malen groter dan toen.

China heeft een dollarprobleem. Vanuit deze optiek bezien is de actie van Xi geen teken van toenemende kracht, maar een vlucht naar voren. Want hoe kan binnenlandse sociale onrust als gevolg van een financiële crisis worden ingedamd? Met strakke hand, zal Xi redeneren. Het behoeft geen betoog dat strategische keuzes in toekomstige zakelijke en politieke omgang met China zullen verschillen afhankelijk van de gekozen aannames.


Lees ook:

Deel dit artikel: