Amerikaanse coalitie bombardeert in Syrië

De Amerikaanse coalitie heeft zojuist nieuwe bombardementen uitgevoerd boven Syrië. Het is de tweede keer dat de Verenigde Staten militaire middelen gebruiken tegen Syrië, want begin april vuurde het Amerikaanse leger al tientallen raketten af op een militaire luchtbasis van het regeringslegers.

De nieuwe bombardementen die vandaag werden uitgevoerd waren gericht tegen strijders die in het zuiden van Syrië vechten om het leger van Assad te ondersteunen. Volgens de Amerikaanse coalitie vormden deze strijders een bedreiging voor de Verenigde Staten en haar bondgenoten. De bombardementen vonden plaats in de buurt van At Tanf, dicht bij de grens met Irak en Jordanië.

Voorafgaand aan de bombardementen loste de Amerikaanse coalitie waarschuwingsschoten, maar die werden door de pro-Syrische strijders genegeerd.

Troepenopbouw bij Syrische grens

Aan de zuidelijke grens van Syrië is het de laatste tijd erg onrustig. De Amerikaanse coalitie wil het gebied grenzend aan Irak en Jordanië inrichten als een bufferzone. Om deze zone te verdedigen gebruikt de Amerikaanse coalitie niet alleen gevechtsvliegtuigen, maar ook troepen en militair materieel op de grond in buurland Jordanië.

Ten zuiden van de grens met Syrië zijn inmiddels een paar duizend troepen en zeker 400 militaire voertuigen gestationeerd door het Amerikaanse, Britse en Jordaanse leger, terwijl het regeringsleger van Assad aan de Syrische kant van de grens honderden soldaten heeft gestationeerd om het gebied te bewaken. Deze ontwikkelingen kunnen erop wijzen dat de Amerikaanse coalitie zich aan het voorbereiden is op een militaire interventie op Syrisch grondgebied.

De laatste maanden hebben de strijders die tegen het Syrische regeringsleger vechten de controle over verschillende gebieden verloren. Het leger van Assad kon dankzij hulp van het Russische leger steden als Palmyra en Aleppo heroveren.